‘Hatsjoe’, dat is het thema van Uk en Puk waar we nu mee bezig zijn.
Het thema gaat over ziek/verkouden zijn, en alles wat daarbij komt kijken.
Wat doe je als je ziek bent? Kun je dan spelen, of moet je in bed liggen?
Om het thema wat levendiger te maken hebben we op de Hamseweg een echte ziekenhuis-hoek gemaakt.
Er staan stretchers en de kinderen mogen echte pleisters plakken op elkaar, of op Puk, want die voelt zich ook niet zo lekker.
Een pilletje, pleistertje, en een prikje; de kinderen zijn er maar druk mee. Erg leuk om te zien!!
Bijbehorend bij het thema hebben we activiteiten en knutsels, we hebben laatst bijvoorbeeld het verhaal van Wikki en Kas gelezen.
Dat zijn twee muizenbroertjes die niet met elkaar kunnen spelen, want Wikki is ziek. Hij moet in bed en de dokter komt langs.
Hieronder het verhaal over Wikki en Kas, zodat u het thuis ook voor kunt lezen!
Dit is Wikki.
En dit is zijn broer Kas.
‘Kom je met de nieuwe bal spelen?’ vraagt Kas.
‘Hatsjoe!’ zegt Wikki. ‘Ik heb geen zin.’
Met de auto spelen dan?’ vraagt Kas.
‘Of op de schommel?’
‘Hatsjoe!’ zegt Wikki. ‘Hatsjoe, hatsjoe!’
Wikki wil helemaal niks.
‘Mam!’ roept Kas, ‘Wikki wil niks. Hij niest alleen maar.’
Mam voelt aan Wikki’s voorhoofd.
‘Oei, je hebt het warm!’ zegt mama.
‘Jij bent ziek. Huppekee, je bedje in.
Ik bel dokter Mol om jou te onderzoeken.’
‘Zucht eens diep.’ vraagt dokter Mol.
‘Dan luister ik heel goed.
Doe je mond eens open. Dan kijk ik in je keel.
Heb je pijn?’ vraagt dokter Mol.
‘Hatsjoe! Hatsjoe! Mijn oor doet pijn.’ zegt Wikki.
‘Je oor is rood,’ zegt dokter Mol.
‘Je bent verkouden en je hebt koorts. Jij hebt griep Wikki.
Ga maar lekker slapen, dan ben je zo weer beter.
‘Hatsjoe!’ zegt Wikki.
Mam en Kas zorgen goed voor Wikki.
Ze brengen dropjes en beker sinaasappelsap.
Wikki vindt drop erg lekker. Maar nu heeft hij geen zin om te snoepen.
‘ Het sap moet je wel opdrinken,’ zegt mam. ‘Daar word je beter van.’
‘Zal ik voorlezen?’ vraagt Kas.
‘Hatsjoe!’ zegt Wikki. Hij snuit zijn neus met een zakdoek.
‘Ja, voorlezen is fijn.’
Wikki mag op de bank liggen.
Zijn oor is niet meer rood en hij niest niet meer zo vaak.
De dropjes zijn op en Wikki lust een boterham!
En Wikki wil met Kas spelen.
Maar zijn broer is nog op school.
Wikki moet wachten. Wachten duurt heel erg lang.
Wikki is helemaal beter!
‘Kleed je maar gauw aan,’ zegt mam. ‘Dan kun je buiten spelen met Kas.’
‘Zullen we voetballen?’ vraagt Wikki.
‘Hatsjoe!’ zegt Kas. ‘Ik heb geen zin.’
‘Op de schommel dan?’ vraagt Wikki. ‘Of met de auto spelen?’
‘Hatsjoe! Hatsjoe!’ zegt Kas.
Kas zijn oor en wangen zijn rood.
Hij niest en wil niet met Wikki spelen.
Wat zou er aan de hand zijn met Kas….??